is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedurende de beweging der electriciteit nog even groot als toen de polen van het element niet met elkaar icaren verbonden.

Dit is een gevolg van de omstandigheid dat de oorzaken die de electriciteit van de eene stof naar de andere drijven, de „electromotorische krachten", alleen in een zeer dunne grenslaag werken. Zij nl. (i'ig. 429) a het aanrakingsvlak van twee geleiders P en Q, en laat de grenslaag tusschen b en c begrepen zijn. Zoo lang de electriciteit in rust is, bestaat

tusschen b en c een potentiaalverschil, dat evenwicht maakt met de in de grenslaag werkende electromotorische krachten. Gaat daarentegen een stroom van P naar Q of omgekeerd, dan moet het potentiaalverschil de electromotorische krachten overtreffen of daardoor overtroffen worden

Ltn oearaD, aai juist voldoende is om den weerstand in de laag b c te overwinnen. Die weerstand is echter wegens de kleine dikte der laag zoo gering, dat van de kracht, noodig om hem te overwinnen, mag worden afgezien, en dat dus het potentiaalverschil tusscheu i en c even groot mag worden geacht als wanneer het evenwicht met de electromotorische krachten maakt.

§ 507. Wet van Ohm tooi- een gesloten keten. Men kan

elke keten die uit een galvanisch element en een sluitdraad bestaat, schematisch voorstellen op de in Fig. 430 aangegeven wijze. Door A, B, C, D zijn daarin de plaatsen aangeduid, waar de verschillende geleiders, dus b. v. een metaal en een vloeistof, of de twee vloeistoffen

van een element, elkaar aanraken. Wij zullen onderstellen dat D P A de sluitdraad is en dat de stroom, waarvan wij de intensiteit i noemen, in de richting van de pijl rondloopt. Gaan wij nu in die richting, van een willekeurig punt uit, de keten rond en letten wij op de waarden van den potentiaal, die wij daarbij achtereenvolgens aantreffen. In eiken aeleidtr

vinden wij een geleidelijke daling van den potentiaal, en aan iedere aanrakingsplaats een plotselingen potentiaal sprong. Rekenen wij zulk een sprong positief, wanneer wij, in de richting der pijl door een contactplaats gaande, van een plaats van lageren naar een plaats van hoogeren potentiaal gaan, en negatief in het tegengestelde geval, dan kunnen wij zeggen dat