Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding" warmte zouden afvoeren, en daardoor de lichtuitstraling zouden verminderen. Bij elke gloeilamp wordt aangegeven de spanning (het potentiaalverschil) die tusschen de verbindingsdraden moet bestaan, om de stroomsterkte te geven, die de draad zonder bezwaar kan verdragen. Moet men meerdere gloeilampen aan een zelfde stel draden (het leidingsnet) verbinden, dan worden ze naast elkaar geschakeld.

In een electrische booglamp heeft men twee koolstaven die met de beide stroomdraden zijn verbonden. Door de koolspitsen met elkaar in aanraking te brengen sluit men den stroom; de kolen gaan dan op de aanrakingsplaats gloeien. Verwijdert men ze nu langzaam van elkaar, dan vormt zich tusschen de spitsen een lichtboog, waardoor de stroom blijft doorgaan. De gloeiende koolspitsen, vooral de positieve, die den vorm van een krater aanneemt, zenden daarbij een zeer intensief licht uit.

De wet van Joule gaat ook voor vloeistoffen door, b. v. voor die, welke in de galvanische elementen zelf aanwezig zijn. De warmteontwikkeling die in de geheele keten plaats heeft, wordt door de formule (43) bepaald, als men onder r den geheelen weerstand verstaat.

§ 526. Wet vau Olim voor een willekeurige» stroomgever. Worden de polen van den in § 523 beschouwden stroomgever door een sluitdraad verbonden, dan zal, wanneer ten minste de in den toestel werkende krachten standvastig zijn, een stationaire electrische stroom i ontstaan. De daardoor in de keten ontwikkelde warmte beantwoordt aan den arbeid der electromotorische krachten in den stroomgever. De warmteontwikkeling wordt echter door (43) bepaald, als r de geheele weerstand in de keten is, en de bedoelde arbeid is per tijdseenheid volgens het in § 523 gezegde: E i. Derhalve moet

i- r = Ei,

of

E

* = ~r (44)

zijn, welke vergelijking de wet van Ohm uitdrukt.

Op dezelfde wijze ziet men in dat twee of meer in een keten achter elkaar geplaatste stroomgevers een stroom

Sluiten