is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

snelheden moeten wij de rechthoeken van Fig. 436 over elkaar verschuiven.

De onderstelling dat in den electrolyt, ook wanneer er geen stroom doorgeleid wordt, eenige molekulen gedissocieerd zijn, is noodig omdat zelfs het kleinste potentiaalverval binnen de vloeistof voldoende is gebleken, om een electrischen stroom, vergezeld van een ontleding, teiceeg te brengen. Men moet dus wel aannemen dat eenige atomen gereed staan om zelfs aan zeer zwakke voortdrijvende krachten te gehoorzamen.

§ 529. Wetten der electrolyse. Aan Faraday is men de ontdekking der volgende wetten verschuldigd.

a. De hoeveelheid eener stof, die per tijdseenheid door een electrischen stroom ontleed wordt, en dus ook de hoeveelheid van elk bestanddeel, die in vrijheid wordt gesteld, is evenredig met de stroomsterkte.

b. Als verschillende stoffen door even sterke stroomen worden doorloopen, worden hoeveelheden ontleed, die scheikundig aequivalent zijn; hetzelfde geldt ook van de hoeveelheden der bestanddeelen, die uit deze stoffen worden afgescheiden.

Worden b. v. oplossingen van zinksulfaat en van kopersulfaat achter elkaar in een keten geplaatst, dan worden van beide zouten evenveel molekulen ontleed en van de metalen evenveel atomen neergeslagen.

Daarentegen wordt uit verdund zwavelzuur een hoeveelheid waterstof ontwikkeld, die tweemaal zoo veel atomen bevat als de hoeveelheid koper die dezelfde stroom uit een oplossing van kopervitriool afscheidt. Inderdaad is één atoom van het tweewaardige koper scheikundig aequivalent met twee atomen van de eenwaardige waterstof.

De hoeveelheid eener stof, die door een stroom van 1 ampère in de seconde ontleed of in vrijheid gesteld wordt, wordt het electrochemisch aequivalent van die stof genoemd. Uit de tweede wet van Faraday volgt dat, zoodra men het electrochemisch aequivalent van één stof bepaald heeft, ook dat van andere bekend is.

Het electrochemisch aequivalent van waterstof is 0,01036 mgr., dat van water 9 maal zoo groot, nl. 0,0933 mgr.