Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dien tijd bereiken. De eerste wet van Faeaday is dus veiklaaid, wanneer men onderstelt dat in een bepaalden électrolyt elk metaalatoom met een zelfde onveranderlijke lading is voorzien.

Wat de tweede wet betreft, deze geeft aanleiding tot een gevolgtrekking, die meer dan iets anders het nauwe verband tusschen de scheikundige en de electrische verschijnselen doet uitkomen. Als nl. twee voltameters, de een met kopersulfaat en de ander met zinksulfaat, achter elkaar in de keten geplaatst zijn, gaat door beide evenveel electriciteit naar de kathode. Daar echter gelijke aantallen metaalatomen niet deze o\ ei brenging belast zijn, moeten een atoom koper in het eene en een atoom zink in het andere zout gelijke ladingen hebben.

Natuurlijk moeten dan ook de negatieve ladingen die de atoomgroep S 04 in de beide lichamen heeft, even groot zijn.

Ook in zwavelzuur moet de laatstgenoemde atoomgroep dezelfde lading hebben als in CuS04, maar daaruit volgt, dat een atoom waterstof in het H2 S 04 een half zoo groote lading heeft als een atoom koper in het Cu S 04. Een atoom van een txoeewaardig element is dus de drager van een tweemaal zoo groote lading als een atoom van een eenwaardig element.

De ladingen die men aan de ionen moet toeschrijven, zijn in verhouding tot hunne massa zeer groot, wanneer men ze vergelijkt met de ladingen die wij aan zichtbare voorvveipen kunnen geven. Men kan uit het electrochemisch aequivalent van waterstof afleiden dat een milligram dezer stof in H, S 04 een lading heeft, 100 maal zoo groot als de hoeveelheid electriciteit, die in een stroom van 1 ampère per seconde door een doorsnede stroomt, een lading dus, gelijk aan die van een bol met een straal van 3U millioen meter, als hij tot een potentiaal werd geladen, die in electrostatisclie maat 30 [100] bedraagt (§ 4(J9). Met dat al kan men buiten een zoutoplossing niets van een electrisch veld bespeuren. Daar nl. in de oplossing tallooze positief en evenveel even sterk negatief geladen lichaampjes aanwezig zijn, loopen de krachtlijnen alleen tusschen het eene lichaampje en het andere. Het elec11 28

Sluiten