Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vorm van den draad op een of andere wijze veranderd wordt. Steeds vindt men den arbeid der electromagnetische krachten • wanneer men de stroomsterkte vermenigvuldigt met de toename van het aantal der door den kring omvatte magnetische krachtlijnen. Bij de toepassing van dezen regel kiezen wij altijd een zekere richting van rondgang voor de positieve en voorzien i, N en N' van de geschikte teekens.

Daar i constant ondersteld werd, kunnen wij ook zeggen dat de arbeid der electromagnetische krachten gegeven wordt door de aangroeiing van het product i N. Staat nu de stroomgeleider eerst stil en wordt hij door die krachten in beweging gebracht, dan gebeurt dat natuurlijk in zoodanige richting dat zij een positieven arbeid verrichten, dus dat het product iN in positieve richting verandert. De electromagnetische krachten drijven dus den stroomgeleider naar een stand, icaarbij i N een zoo groot mogelijke positieve waarde heeft, d. w. z. icaarbij de Krachtlijnen in een richting passende bij die van den stroom door den kring heen loopen en het aantal der lijnen die dit doen, zoo groot mogelijk is.

Heeft de geleider dien stand, en wel terwijl hij stilstaat, dan kunnen de electromagnetische krachten hem niet in beweging brengen. Er is stabiel evenwicht.

Het zal geen moeite kosten hieruit weer af te leiden welken stand een draaibare winding in een homogeen magnetisch veld aanneemt (§ 550).

Wij beschouwen eindelijk het meest algemeene geval. Stel dat het magnetische veld op deze of gene wijze verandert en dat ook de stroom in den verplaatsten geleider niet standvastig is. Wij verdoelen dan de geheele verplaatsing in oneindig Kleine deelen en merken op dat op elk oogenblik de ponderomotorisclie werking bepaald wordt door het veld en de stroomsterkte zooals zij dan zijn. Daaruit volgt dat de arbeid der electromagnetische kracht in een oneindig klein tijdsverloop nog altijd door de formule (8) bepaald wordt, wanneer wij onder i de stroomsterkte aan het begin van dat tijdsverloop verstaan en onder N'—N de verandering die het aantal omspannen krachtlijnen zou ondergaan wanneer het veld bleef

Sluiten