Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijking (5). Wordt de klos zoo gedraaid, dat de uiteinden van stand verwisselen, dan wordt het aantal

— nl HO.

Bestaat nu in de windingen een stroom i, dien wij positief onderstellen, dan verrichten bij een draaiing waardoor de klos uit den laatsten stand in den eersten overgaat, de electromagnetische krachten een arbeid

2 in l H O.

Dit is in overeenstemming met het vroeger gevondene. De klos is nl. aequivalent aan een magneet, waarvan de polen de sterkte i n O hebben, en dus van het veld krachten i n H O langs de krachtlijnen ondervinden. Bij de genoemde draaiing vei richten deze krachten te zamen den zoo even aangegeven arbeid.

§ 555. Inductiestroomen. Wij komen nu tot de tweede werking die door een magnetisch veld op een stroomgeleider wordt uitgeoefend. Deze, die door Faraday ontdekt werd, bestaat hierin, dat onder geschikte omstandigheden het veld electrische stroomen, die men inductiestroomen noemt, opwekt. De algemeene wet voor dit verschijnsel vinden wij weer door eerst een eenvoudig geval te beschouwen.

Verbeelden wij ons dat de rechthoekige geleiders ABCD van Fig. 451 in een standvastig homogeen magnetisch veld geplaatst is, waarin de krachtlijnen loodrecht op het vlak van den geleider naar den beschouwer toeloopen; wij denken ons ditmaal den draad eerst zonder stroom en g li en m n met een galvanometer verbonden. Deze wijkt nu af, zoodra men den draad A D naar rechts verschuift, een bewijs dat er dan een stroom in den kring ontstaat. Deze stroom, die de richting B A D C blijkt te hebben, houdt op als men den bewege1 ij ken draad in zijn nieuwen stand, b.v. A' D' vasthoudt. Brengt men hem vervolgens naar den oorspronkelijken stand teiug, dan gaat de beweging op nieuw van een stroom vergezeld, die nu echter de tegengestelde richting als de eerst waargenomen stroom, d. w. z. de richting D A B C heeft. Kortom, terwijl er geen stroom is, als de draad A D stilstaat, ontstaat er bij elke verschuiving naar rechts een inductiestroom

Sluiten