is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de eene, en bij elke verschuiving naar links een inductiestroom in de andere richting.

Deze werkingen kunnen in korte woorden worden beschreven wanneer men zijn aandacht weer vestigt op de krachtlijnen in het veld. Er wordt een inductiestroom opgewekt wanneer de draad A D krachtlijnen doorsnijdt, m. a. w., wanneer het aantal krachtlijnen dat door den geleidenden kring omspannen wordt, verandert. Neemt dit aantal toe, dan heeft de inductiestroom een richting niet passende bij die van de krachtlijnen; neemt het af, dan past de richting van den stroom daar wél bij.

Het is nu verder de vraag hoe het met de sterkte van den inductiestroom gesteld is. Wanneer de draad plotseling uit den stand A D naar A' D' wordt overgebracht, is er ook een plotselinge inductiestroom; wij kunnen uit den uitslag van den galvanometer afleiden (§ 498), hoeveel electriciteit daarbij in het geheel door een doorsnede gevoerd wordt. De waarneming leert nu dat deze hoeveelheid, die wij als de maat voor den totalen inductiestroom zullen beschouwen, evenredig is met de verandering van het aantal omspannen krachtlijnen en omgekeerd evenredig met den weerstand van de keten. Men zal gemakkelijk inzien (verg. § 552, f) dat in de eerste evenredigheid ligt opgesloten dat de inductiestroom evenredig is met de veldsterkte en des te sterker is, naarmate men den draad A D verder verplaatst.

Stel nu vervolgens dat de beweging van A D naar A' D' niet plotseling, maar in een eindigen tijd plaats heeft. Het is gebleken dat dan, wanneer aan een later te vermelden voorwaarde voldaan is, op de werking gedurende een tijdselement mag worden toegepast wat boven van de werking bij een plotselinge verplaatsing werd gezegd. Laat de bewegelijke draad op zeker oogenblik den stand p q (Fig. 451) en een oneindig kleinen tijd dt later den stand rs hebben en zij (IN de toename, die het aantal N der door den kring omvatte krachtlijnen in dien tijd dt ondergaat. Dan is de hoeveelheid electriciteit die in dezen tijd door een doorsnede van de keten gevoerd wordt, evenredig met d N. Daaruit