Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onverschillig wat de oorsprong dier kracht is, zullen wij de betrekking (11) ook aannemen, wanneer de electrische kracht F, zooals in het geval der inductiestroomen niet het gevolg is van potentiaalverschillen.

Past men nu (11) achtereenvolgens op alle homogene deeen van de keten toe en telt men de verkregen vergelijkingen bij elkaar op, dan komt er, daar i in alle deelen van de keten dezelfde waarde heeft,

i 2 r = s (F V).

De som in het tweede lid zullen wij evenals in § 522 de electrische^ werking langs de keten noemen en door € voorstellen. Schrijven wij verder r voor den totalen weerstand Sr in de keten, dan blijkt het dat

fr = « (12)

is, zoodat de sterkte i van den inductiestroom volgens de \ wet van Ohm door de electrische werking bepaald wordt.

Vergelijkt men nu eindelijk de laatste vergelijking met (9) dan vindt men

«3>

d. w. z., (Ie electrische werking langs een gesloten keten wordt bepaald door de afname per tijdseenheid van het aantal door de keten omvatte magnetische krachtlijnen.

Wij merken hierbij op dat een uitkomst die wij in § 522 vonden, hierin als een bijzonder geval begrepen is. Wij zagen toen dat de electrische werking langs een gesloten kring 0 was, maar er was toen ook geen sprake van een verandering van het aantal der door den kring loopende krachtlijnen.

Tot toelichting van den gevonden regel moge het volgende voorbeeld dienen. Stel dat de rechthoek van Fig. 451 horizontaal geplaatst is, zoodat, wanneer O zijn oppervlak en H„ de verticale component van het aardmagnetisme is, het aantal krachtlijnen dat hij omvat, door H„ O kan worden voorgesteld. Beweegt zich dan de draad A D, waarvan wij de lengte l noemen, met een snelheid v naar rechts, dan is de toename van O per tijdseenheid l v, en dus, afgezien van het

Sluiten