Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit niet het geval geweest, dan hadden wij, om H en B te bepalen, een zeer eng kanaaltje door de ijzeren kern moeten boren, evenals wij zooeven alleen het staafje a b hebben weggenomen. Er zou dan een ijzermassa overblijven, die men als een vereeniging van naast elkaar liggende gemagnetiseerde staafjes kan beschouwen, de polen daarvan zouden in het kanaaltje een magnetische kracht teweegbrengen, waarvan men gemakkelijk kan aantoonen dat hij tegengesteld is aan die welke bij den stroom behoort. Het blijkt op deze wijze dat in een korte ijzeren kern die zich in een draadklos bevindt, de magnetische kracht kleiner is dan bij geheele afwezigheid van de kern het geval zou zijn.

b. Zooals reeds gezegd werd, brengen ook andere stoffen een verandering in het magnetisch veld, al is die meestal veel kleiner dan bij het ijzer. Men kan daarom in elk lichaam de magnetische kracht en de magnetische inductie onderscheiden ; men definieert deze grootheden altijd op dezelfde wijze als bij het ijzer.

Is b.v. de holte binnen een draadklos eerst luchtledig, en wordt er dan zuurstof in toegelaten, dan wordt het veld buiten de klos daardoor een weinig, nl. 1,0000015 maal sterker. Wij kunnen weer van H en B spreken en de vergelijking (14) toepassen, waarin nu ^ = 1,0000015 is. De gemagnetiseerde zuurstof heeft een noord- en een zuidpool aan dezelfde zijden als straks het ijzer; hij is aequivalent met een stroom van zeer geringe sterkte, in dezelfde richting loopende als de stroom die in de windingen van de klos bestaat.

c. Sommige lichamen vertoonen in een magnetisch veld eigenschappen tegengesteld aan die van het ijzer en de zuurstof. Steekt men b.v. in de meermalen genoemde lange klos een daarin passende staaf bismuth, dan wordt het veld in de omgeving een weinig verzwakt. De nieuwe veldsterkte is 0,99983 maal de oorspronkelijke. De bismuthstaaf heeft zijn polen aan de tegengestelde zijden als het ijzer en is aequivalent aan een zwakken stroom in de windingen, tegengesteld aan den daarin bestaanden. De vergelijking (14) is weer van toepassing, maar nu heeft ,u de boven aangegeven waarde

Sluiten