Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet men gemakkelijk dat de magnetische inductie binnen den magneet van de zuidpool naar de noordpool gericht is. Is, zooals in Fig. 454, de magneet N Z minder dun ten

opzichte van de lengte, dan wordt in een eng kanaaltje een noordpool naar de linkerzijde gedreven ; wij moeten daarom zeggen dat in den magneet de magnetische kracht van de noord- naar de zuidpool gericht

is. De magnetische inductie loopt weer naar de noordpool, dus in dit geval tegengesteld aan de magnetische kracht.

§ 563. Aigemeeiie eigenschappen van (le magnetische kracht en de magnetische inductie. Van de beide eigenschappen der magnetische kracht, die wij in §§ 486 en 489 hebben leeren kennen, blijft, wanneer er ijzer in het veld is, de tweede bestaan, terwijl de eerste niet meer doorgaat. Het is nu merkwaardig dat deze eigenschap dan juist aan de magnetische inductie toekomt.

Wij kunnen het een en het ander ophelderen door weer een zeer lange klos te beschouwen, zooals CD FE in Fig. 420. Bevat deze een ijzeren kern, dan heeft men nog altijd in het binnenste

H =j [H = 4 TT/|, als j de stroomsterkte per lengte-eenheid is. Gaat nu een magnetische noordpool langs de lijn KK door het ijzer, en buiten om weer naar het uitgangspunt terug, en verbedden wij ons dat er op het deel L van den weg, dat binnen de klos ligt, de bovenaangegeven magnetische kracht op werkt, dan verricht deze kracht een arbeid L j [4tL_ƒ], terwijl men van den arbeid op het overige deel mag afzien, daar het magnetisch veld buiten de klos, al is het ook & maal sterker geworden dan oorspronkelijk, toch nog altijd, in vergelijking met het

Sluiten