Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Na het m § 552 gezegde behoeven wij deze graphische oorstelling der sterkte van magnetische velden niet uitvoerig toe te lichten. Kortheidshalve verstaat men in een homo-, geen veld onder het aantal inductielijnen dat door een vlak

™ °P. hun rilchtiQg gaat. het getal N, dat aangeeft oe\eel maal meer lijnen er doorgaan dan het geval zou zijn

dTTn kV"* ' CM' 8r°0t «B-I "as. Men dus, ais 0 het oppervlak is,

r ^ ,draadklos een «zeren ke™ gestoken, dan wordt de magnetische inductie binnen de windingen « maal

fnducHpr alS,het/erst was>" hetzelfde geldt van het aantal inductielijnen die door een doorsnede gaan. Dit wordt nu

N = (*J 0 [N = 4 t fij O].

In Fig. 420 zouden wij den invloed van het ijzer kunnen

te °trekken 7 binnen de klos échter bij elkaar

tiekken. Daar de lijnen moeten doorloopen, brengt dit

mede dat zy ook buiten de klos dichter bijeen lóopen. Inde!"-

geworden * dat ^ der*ruimte het veld " maal sterker

De inductielijnen zijn vooral daarom van belang omdat zij het mogelijk maken, een geheel algemeenen rejel voor de

~rr6" te geven' e" "ten tjzer daarop

eeft of het opwekken der stroomen met behulp van permanente magneten te bepalen. Om tot dien regel te geraken verbee den wij ons dat om de klos van Fig. 420 een enkele nauwsluitende secundaire winding gelegd wordt. Wanneer de roomsterkte in de klos verandert, wordt in die winding een stroom geïnduceerd en het is nu gebleken dat ook dezeZking van de klos door het aanbrengen van een ijzeren kern vergroot, en wel juist ,« maal vergroot wordt. Terwijl vroe1 de, lnductlewerking beantwoordde aan de verandering per tijdseenheid van het aantal magnetische kiSTtS?

aan Tet ^riS886'1 ^ ^ °P dezelfde wiJze beantwoordt

oo^enblik ^ m Tgnet,SChö induct*en, want dit is op elk

On dit Z0°, gr°0t aiS Vr06ger dat d<* krachtlijnen.

1 eze wijze wordt het begrijpelijk dat, zooals verder on-

Sluiten