is toegevoegd aan uw favorieten.

Beginselen der natuurkunde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tisme en bij wit-gloeihitte verdwijnt ook het tijdelijke magnetisme van ijzer, zoodat het niet meer door een magneet wordt aangetrokken.

§ 569. Zelfimluctie. Wij kunnen nu het in de vorige §§ besprokene op eenige bijzondere gevallen toepassen.

Vooreerst moet vermeld worden dat inductiewerkingen al kunnen plaats hebben, wanneer men maar met één geleidenden kring, waarin een electromotorische kracht een stroom geeft, te doen heeft. Deze stroom doet nl. een magnetisch veld ontstaan, waarin een zeker aantal inductielijnen door den kring heenloopen. Dit aantal is, evenals de veldsterkte, evenredig met de intensiteit i van den stroom; het verandert dus, zoodra deze laatste vergroot of verkleind wordt, en dit gaat daarom van een inductiewerking vergezeld. Neemt de stroomsterkte toe, dan is de electrische werking in de keten tegengesteld aan den stroom gericht; neemt de intensiteit af, dan stemt de electrische werking in richting met den stroom overeen. Men overtuigt zich hiervan gemakkelijk, als men in aanmerking neemt dat de bij een stroom behoorende inductielijnen in een richting, passende bij die van den stroom, door den kring loopen.

De hier besproken inductiewerkingen worden met den naam van zelfinductie aangeduid. Zij hebben bij het begin en het ophouden van eiken electrischen stroom plaats en wel met des te grooter sterkte, naarmate de stroom dien men in de keten doet beginnen of eindigen, een grooter aantal inductielijnen door den kring doet loopen. De zelfinductie is dus het sterkst bij een draad die tot een klos is gewikkeld en wordt hier nog in hooge mate versterkt door de aanwezigheid van een ijzeren kern.

Wanneer een stroom in een keten gesloten wordt, heeft de electrische werking der zelfinductie een richting tegengesteld aan die van den stroom. Dientengevolge heeft deze niet dadelijk de volle sterkte die aan de electromotorische kracht in den stroomgever beantwoordt; hij bereikt die eerst na een zekeren tijd, die echter in de meeste gevallen een klein onderdeel van een seconde is. Men kan ook zeggen dat gedu-