Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rende dat tijdsverloop twee stroomen in de keten bestaan nl. de hoofdstroom, die door den stroomgever wordt teweeggebracht, en een daaraan tegengestelde inductiestroom die aan de verandering van het aantal inductielijnen te wijten is. Men noemi dezen inductiestroom den extrastroom, en wel ter onderscheiding den sluitingscxtrcistroowi.

Verbreekt men, nadat de hoofdstroom zijn volle sterkte i heeft gekregen, de keten, dan is er wegens het verdwijnen der inductielijnen een electrische werking in de keten, die de electriciteitsbeweging nog tracht te doen voortduren en krachtiq genoeg is om den weerstand van een dun laagje lucht te overwinnen. Van daar het vonkje dat men bij het verbreken van eiken niet te zwakken stroom, wanneer men twee draden van elkaar scheidt, of een draad uit een kwikbakje trekt waarneemt. Dat deze vonk versterkt wordt door de opneming van een klos in de keten en vooral door de aanwezigheid van een ijzeren kern behoeft geen verdere verklaring

Het ontstaan van de vonk bewijst dat de electrische werking die bij het verbreken van den stroom in de keten plaats heeft, veel grooter is dan de electromotorische kracht van de gebruikelijke stroomgevers; deze laatste is nl. niet voldoende om een merkbare vonk te doen ontstaan. Dit blijkt hieruit dat men niet het minste vonkje waarneemt wanneer men twee geleiders die met de polen van den stroomgever verbonden zijn, tot elkaar doet naderen, b.v. een draad in een kwikbakje steekt.

Daarentegen is de electrische werking der inductie bij het sluiten van den stroom steeds kleiner dan de electromotorische kracht; dientengevolge heeft de stroom, al heeft hij nog niet dadelijk de volle sterkte, toch van het begin af de richting die door deze kracht bepaald wordt.

Het verschil der electrische werking van de inductie bij het sluiten en openen van de keten is hieraan te wijten, dat de stroom in het laatste geval veel sneller ophoudt dan hij in het eerste geval ontstaat. Ofschoon in het geheel genomen bij het eindigen van den stroom evenveel inductielijnen verdwijnen als er bij het begin ontstaan zijn, is de verandering

Sluiten