Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het aantal lijnen per tijdseenheid, waardoor de electrische werking bepaald wordt, in de beide gevallen zeer verschillend.

Wij vermelden hier nog het volgende verschijnsel, waartoe de zelfinductie aanleiding geeft.

In Fig. 468 is E een batterij van elementen, D een klos met ijzeren kern, W een ge¬

leider van grooten weerstand, b.v. het menschelijke lichaam. Daardoor gaat geen merkbare stroom, zoolang ook de weg C van kleineren weerstand gesloten is. Verbreekt men echter dien weg in p, dan verdwijnt de stroom in D bijna geheel, maar de plotselinge extrastroom

doorloopt nu W en kan een hevigen schok aan den proefnemer geven.

§ 570. Waarneming der extrastrooinen met een diff'erentiaalgalvanometer of met behulp van de brug van Wheatstone. Stel dat in Fig. 433 in den eeneu tak tusschen de punten A en B een klos R2 is opgenomen, en dat zich in den anderen tak een geleider bevindt, die denzelfden weerstand heeft, inaar waarbij men van het aantal inductieiijnen die hij omvat, mag afzien. Wanneer een stationaire toestand ontstaan is, zullen de stroomen in de windingen W, en W2 eikaars werking op de galvanometernaald opheffen, zoodat deze in rust blijft. Maar in den eersten tijd nadat de stroom bij C is gesloten, bestaat in de klos Rj een electrische werking die tegengesteld aan den stroom is gericht. Deze werking verzwakt den stroom in W2, zoodat de galvanometernaald een uitwijking krijgt. Men kan ook zeggen dat de bedoelde werking aanleiding geeft tot een electriciteitsbeweging in den kring B W2 lt2 A 11, W, B en wel in de door de volgorde der letters aangegeven richting. Men zal gemakkelijk inzien dat, terwijl stroomen die in beide takken van A naar B loopen, eikaars werking op de galvanometernaald opheffen, de genoemde electriciteitsbeweging in beide stellen van

Sluiten