Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nadere voorstelling kunnen maken, wanneer men zich niet, zooals wij tot nog toe in dit hoofdstuk gedaan hebben, tot de theorie van Maxwell in haar algemeenen vorm beperkte, maar bepaalde onderstellingen over het mechanisme der verschijnselen maakte. Er is b.v. veel te zeggen voor de onderstelling, dat er in het magnetisch veld bewegingen, wentelingen van onzichtbare kleine deeltjes plaats hebben, die ontstaan zoodra in een geleiddraad de electriciteit in beweging wordt gebracht. Bij deze opvatting zou men den electrischen stroom kunnen vergelijken met een getande staaf, die in de richting van zijn lengte wordt voortgeschoven, en het omringende medium met een stel tandraderen, waarin de tanden der staaf grijpen. Hadden deze raderen een merkbare massa, dan zou er een kracht noodig zijn om ze aan het draaien te brengen en zou het dus meer moeite kosten, de staaf een beweging te geven, dan wanneer de raderen er niet waren. Deze verzetten zich, in den eersten tijd, nadat men een kracht op de staaf laat werken, tegen de beweging van deze en daardoor zal het langer duren, eer de staaf een zekere snelheid heeft gekregen. Daarentegen zouden de raderen, wanneer de kracht, die eerst de staaf voortdreef, op zeker oogenblik ophield te werken, hem nog eenigen tijd doen voortgaan, en wel tengevolge van het arbeidsvermogen van beweging dat zij hadden verkregen.

Dat deze verschijnselen veel overeenkomst met de extrastroomen vertoonen, valt in het oog. Men kan zich b.v. voorstellen dat bij de bovenvermelde proef met den difï'erentiaalgalvanometer de stroom, onmiddellijk na het sluiten bij C (Fig. 433) voor een grooter gedeelte den weg A 11, W, B dan den weg A R, W2 B volgt, omdat op den laatsten weg een grootere massa in het medium in beweging moet worden gebracht dan op den eersten, en dat omgekeerd, na het verbreken van de keten bij C, de stroom in de richting ARS BR, A blijft rondloopen, juist omdat die groote massa, eenmaal in beweging zijnde, niet aanstonds stilstaat.

§ 572. Coëfficiënt van zelfiiuluctie. Grootte van liet magnetisch arbeidsvermogen. Wanneer de sterkte van een stroom

Sluiten