Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid uitgaan. Deze hebben nl. in vergelijking met het sterke veld waarin de stroomgeleider zich beweegt, maar een geringen invloed.

c. De bifilairdynamometer van Wilhelm Weder bestaat uit een vaste en een bewegelijke draadklos, die beide door een stroom worden doorloopen. In Fig. 470, die het instrument in verticale projectie voorstelt, is H H de vaste klos; de as daarvan is horizontaal en naar den beschouwer gekeerd. Binnen de holte van H K hangt de klos G G, waarvan de windingen eveneens in verticale vlakken liggen. De middelpunten der klossen vallen samen en G G is bifilair opgehangen, zoodat een wente¬

ling om de verticale lijn L mogelijk is. Van de ophangdraden wordt partij getrokken om den stroom in en uit GG te leiden. Het instrument is van een spiegelaflezing voorzien en kan op dergelijke wijze als een galvanometer voor het waarnemen en meten van electrische stroomen dienen. Vóór men een stroom toelaat moeten de windingen van G G loodrecht op die van H H worden geplaatst; bij dezen stand, die in de fio-uur is afnreWl,! ia „1

het koppel dat uit de electrodynamische krachten voortvloeit het grootst.

Plaatst me?i de klossen achter elkaar, zoodat door beide dezelfde stroom gaat, dan is het moment van het koppel evenredig met de tweede macht der stroomsterkte en verandert de richting der afwijking niet, als men den stroom omkeert. De laatste eigenaardigheid maakt het instrument geschikt voor de waarneming van Zoomen die voortdurend snel in richting wisselen, en dus aan een galvanometer geen afwijking kunnen geven.

d. Ampère-meters en voltmeters, d. w. z. instrumenten die dienen om sterke stroomen of spanningen (potentiaalverschillen) te meten (§ 521), worden dikwijls naar het beginsel van den galvanometer van Deprez—d'Arsonval of van den bifilairdynamometer geconstrueerd.

Sluiten