Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krachtig koolplaatje D, dat aan zijn rand bevestigd is, in trilling. Dicht achter dit plaatje bevindt zich een koolblok C, met een holte in het midden, aan de zijde van D, welke holte opgevuld is met koolkorrels. Door de schroef A, die door een zwart ffeteekende isoleerende laag van de overige metaaldeelen is gescheiden, wordt het koolblok vastgehouden. Door deze schroef wordt nu de stroom van een batterij naar het koolblok C «releid, en van daar door de koolkorrels en het trilplaatie naar de andere metaaldeelen, waaraan de tweede pool der batterij is verbonden. De werking berust hierop, dat er een des te klei- , nere weerstand is, naarmate het trilplaatje D met grooter kracht tegen de koolkorrels wordt gedrukt. Men ziet gemakkelijk dat dientengevolge de trillingen van het plaatje van periodieke wisselingen der stroomsterkte vergezeld gaan, waardoor, als men den stroom ook door de windingen van een verwijderden telefoon laat gaan, ook het plaatje van dezen in trilling geraakt Bij dit overbrengen blijken weer samengestelde trillingen hun karakter te behouden, althans in voldoende mate om een gesprek mogelijk te maken.

Hebben de yerbindingsdraden tusschen den mikrofoon en den telefoon een aanzienlijke lengte, dan is hun weerstand zoo groot in vergelijking met de weerstandsveranderingen in den mikrotoon dat de wijzigingen der stroomsterkte te klein worden. Men omt aan dit bezwaar te gemoet door een kleine inductieklos met den mikrofoon te verbinden. De stroom der batterij gaat nu met naar de „telefoonlijn", maar alleen door den mikrofoon en den pnmairen draad; de door zijne veranderingen veroorzaakte en telkens van richting wisselende inductiestroomen woruen naar den telefoon geleid. '

§ 590 Electrische trillingen bij de ontlading van een ondensator. Tot nog toe werd alleen gesproken van de heen en weergaande beweging der electriciteit die in een geleider door een steeds in richting wisselende werking van buiten werd pgewekt. Er hebben echter ook electrische trillingen plaats wanneer een geleider, nadat het electrisch evenwicht daarin op een of andere wijze verstoord is, aan zich zelf wordt overgelaten.

ij beschouwen het geval dat de bekleedselen van een ge-

Sluiten