Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weerstand geheel mag afzien. Dan gaat nl. de vergelijking over in

r d i _

<15>

zoodat er gelijkheid van phase bestaat tusschen het potentiaal-

d i

verschil en de veranderingssnelheid — van den stroom. Daar,

zooals wij weten (§ 586), de stroom zelf' bij die veranderingssnelheid 5 trillingstijd in phase achter is, komen wij tot het besluit dat hij ook J- trillingstijd bij de wisselingen van het potentiaalverschil achter blijft.

Hier doet zich juist een geval voor, waarin de arbeid dien de wisselstroommachine op den geleider doet, voor een volle periode berekend, 0 is. Dit is ook begrijpelijk, daar er nu geen warmte wordt ontwikkeld; wij hebben alleen met het, magnetische arbeidsvermogen binnen de klos, dat beurtelings ontstaat en weer verdwijnt, te doen. Gedurende een kwart periode doet de wisselstroommachine een positieven arbeid op de geleiding en deze dient om het magnetische arbeidsvermogen binnen de klos te doen ontstaan. Aan den negatieven arbeid der machine gedurende de andere kwart periode beantwoordt het verdwijnen van dat arbeidsvermogen.

In het nu onderstelde geval, dat men van den weerstand mag afzien, kan men ook gemakkelijk aangeven hoe sterk de wisselstroomen zijn, die door een potentiaalverschil van gegeven amplitudo worden opgewekt. Is b.v. gegeven

t

€ = a cos 2 ir (16)

waarin a deze amplitudo en T de periode voorstelt, dan wordt, zooals men gemakkelijk uit het in § 40, c gezegde kan vinden, aan de vergelijking (15) voldaan door

al t

*-2VL,m T'

Dat er { trillingstijd phaseverschil is, wordt in deze formule uitgedrukt doordat er niet een cosinus, maar een sinus in voorkomt. Verder ziet men dat, zooals te verwachten was, de ampli-

Sluiten