Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat er aan de andere uiteinden gebeurt, die al of niet met elkaar in geleidend verband kunnen staan. Er hebben daar verschijnselen van terugkaatsing plaats, en de teruggekaatste golven kunnen met de van A en B komende, onder geschikte omstandigheden aanleiding geven tot staande golven. Ter vereenvoudiging zullen wij echter hiervan afzien en ons voorstellen dat de lijn zich van A, B af tot in het oneindige uitstrekt.

§ 596. Voortplanting van zoo langzame trillingen, (lat men van de zelfinductie op de lijn mag afzien. Ook bij de vragen waarmee wij ons nu bezighouden, hangt evenals vroeger (§ 594) de invloed der zelfinductie van de frequentie af. Is deze klein genoeg, dan behoeft men op de zelfinductie niet te letten en wordt de wijze van voortplanting door de capaciteit en den weerstand van de lijn bepaald. Dit is b.v. het geval bij de gewone voortplanting van telefoonstroomen.

De theorie geeft voor de voortplantingssnelheid der trillingen onder de nu aangenomen omstandigheden de formule

v = 2c~\/~£Q (17)

Hierin hebben 0 en r de reeds aangegeven beteekenis, terwijl T den trillingstijd voorstelt en c het aantal electrostatische electriciteitseenheden, dat in een electroinagnetische electriciteitseenheid begrepen is (§ 499). Dit verhoudingsgetal komt in de formule voor omdat men ondersteld heeft dat de capaciteit C in electrostatische en de weerstand r in electromagnetische maat is uitgedrukt.

Daar nu bij de voortplanting de weerstand een hoofdrol speelt, is het begrijpelijk dat er een aanmerkelijke demping bestaat. Deze is zoo groot dat bij de voortplanting over een afstand van één golflengte, de amplitudo in verhouding van 1 tot e — afneemt. Hierin is e het grondtal der Neperiaansche logarithmen (2,718).

Volgens de bovenstaande formule zouden trillingen met een periode van 0,01 seconde zich in een koperdraad van 4 mM. dikte, door een guttapercha-laag van 1 cM. van een omringenden geleider gescheiden, inet een snelheid van ongeveer 80000 kilo-

Sluiten