Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trurn veranderd; elke lijn splitst zich in een zeker aantal andere die op zeer kiemen afstand van elkaar staan. In de meest eenvou' 'ge gevallen is het aantal dezer componenten twee of drie naar gelang van de richting waarin het licht wordt uitgestraald.'

eze splitsing in een klein aantal componenten kan men gemakkelijk uit de theorie afleiden.

Te dien einde verbeelden wij ons dat een electron in een vlak

loodrecht op de magnetische krachtlijnen in eeu cirkel rondloopt (Fig. 493). Het kan dit werkelijk onder den invloed van de in de vorige § genoemde kracht ƒ doen, en wanneer dit de eenige kracht is, die er werkt, wordt het aantal trillingen bepaald door de formule (3).

De omloopstijd wordt nu door den invloed van het magnetisch veld gewijzigd. Dit heeft nl. vnl

—icgci van ^ uUö

een kracht ten gevolge die, wanneer de lading van het electron, v zijn snelheid en H de veldsterkte is, door

k — e v H

wordt voorgesteld. Is nu F het aantal omloopen per seconde, dan heeft men v = 2 tt r N' en dus

k = 2 tt r e N' H.

Deze kracht heeft dezelfde of de tegengestelde richting als

de kracht ƒ; dit hangt van de richting van omloop, de richting

van het magnetisch veld en het positieve of negatieve teeken der lading e af.

Voor de totale naar het middelpunt werkende kracht kunnen wij nu schrijven

{a + 2 tt e N' H) r

en onder den invloed hiervan kan werkelijk de cirkel met een snelheid v doorloopen worden wanneer

(a + 2 it e N' H) r = m~ =4^2 m f

is. Vervangt men hierin a door de uit (3) volgende waarde

Sluiten