Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaat van A door een weerstand naar twee achter elkaar geschakelde booglampen en dan eveneens naar B. De gloeiampen branden met een klemspanning van 110 volt De booglampen branden elk met 45 volt en een stroom'van

i ÏT* De weerstand van 1 Meter koperdraad van mM . doorsnede is ohm. Men vraagt 1° de grootte van de weerstanden r, en ;-2> 2° het getal watts dat geleverd wordt door de dynamo, en het getal dat in elk der weerstanden en lampen verbruikt wordt. 71. Een gelijkstroommotor heeft een weerstand van r ohms. Als hij m beweging is met een draaiingssnelheid a wordt een daarmede evenredige electromotorische kracht E,=ac m de windingen opgewekt. Indien nu de stroom ontleend wordt aan twee draden die een standvastig potentiaalverschil E2 hebben, vraagt men hoeveel weerstand men bij het aanzetten van den motor moet voorschakelen om te verkrijgen dat de stroomsterkte dan even groot is als ge(urende het draaien met de snelheid a zonder dien weerstand. Hoe groot moet de draaiingssnelheid worden gekozen om het aan de beweging van den motor bestede arbeids^ vermogen zoo groot mogelijk te maken?

72. De stroom van een wisselstroommachine van 3 kilowatt wordt door twee koperdraden geleid naar een 22 kilometer daarvan verwijderd werktuig, dat 2 kilowatt verbruikt. Men vraagt de doorsnede der koperdraden te berekenen indien het grootste potentiaalverschil tusschen de draden , volt bedraagt, en ook voor het geval dat dit 1000 volt is. De weerstand van 1 meter koperdraad van 1 mM»

i oorsnede is 5'5 ohm. De zelfinductie kan worden verwaarloosd.

n

40

Sluiten