Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Behalve de reactie, welke de pan op den tap uitoefent, werken op de staaf nog drie krachten. Deze drie krachten (zie figuur) zijn: le. het gewicht der staaf G, aangrijpende in haar zwaartepunt C en 2e een kracht L, aangrijpende in het uiteinde B van den langen arm der staaf en 3e de kracht F, wier grootte ons onbekend is, aangrijpende in het uiteinde A van den korten arm der staaf, üe richtingen van deze drie krachten zijn verticaal naar heneden en worden ondersteld te vallen in een zelfde vlak, dat loodrecht staat op de as of hartlijn van den tap, welk vlak in de figuur als vlak van teekening is aangenomen. De reactie welke de pan op den tap uitoefent, is te beschouwen als eene kracht, wier aangrijpingspunt een punt D van den omtrek van den tap is.

Een eerste stel voorwaarden ^waaraan voldaan moet worden, opdat de staaf in evenwicht zij, is dat de reactie R van de pan op den tap eene richting heeft, welke samenvalt met het vlak van de drie zooeven genoemde krachten P, G en L, dat zij verticaal naar boven gericht is en dat R P + G -f- L is.

Wordt er wrijving tusschen tap en pan ondersteld, dan kunnen wij de reactie R van de pan op den tap opvatten, als de resultante van twee krachten N en W, welke beide aangrijpen in een punt D van den in het vlak van teekening gelegen cirkelomtrek van den tap, waarvan de eene N de as van den tap rechthoekig snijdt, terwijl de andere W, loodrecht op de eerste staat en zoodanig gericht is, dat zij de beweging, welke de staaf tracht aan te nemen, }egen werkt.

Is de staaf in evenwicht, doch op het punt in beweging te geraken in eene der beide richtingen waarin hare draaiing mogelijk is, dan is de grootte van de laatst bedoelde composante W der reactie R van den pan op den tap gelijk aan het product van den wrij-

Sluiten