Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

F rojcctecrcn wij de krachten op eene horizontale lijn, dan komt men tot de betrekking:

fS + fR cos 45o — R cos 45° = 0

waaruit volgt S R Cos 45°. (1)

Projecteeren wij de krachten op eene verticale lijn, dan verkrijgt men de betrekking:

S + R cos 45° -f fR cos 45° — O 0. of hierin gesubstitueerd de waarde van S, zooals (1) die geeft1 — f

f R cos 45° + R cos 45° + fR cos 45° = G of: j (1 - f) + f -f- p | r cos 45» = fG

waaruit volgt: R = ƒ 1 q = f fi I ? w r.

I + f' cos 45° I -f- f'j l " K

Substitueert men hierin f = 0.325 = '3 en G . 200 dan vindt men • R = 83.14 K.G.

Door R P 4- 1 cos'450 G tc substitueeren in (1) vindt men

S ï'-ff!0 122.10 K.G.

Door de algebraïsche som der momenten van de vijf krachten ten opzichte van het punt A gelijk nul te stellen, krijgt men de vergelijking-

G X AF - R X AE - fR X EB 0, of wanneer CA CB door I en dus AB door 2 I wordt voorgesteld: G X I cos oc _ R x 2 I sin (45° + a) - f R X 2 I sin (45» - oc) 0 waaruit: G cos oc 2 R [sin (45» -f-x>) — f sin (45° - oc) J

of: G cos oc 2 | G V 2 }sin (45° f oc) _ f sin (45o — oc)j ^

Nu is: sin (45° + oc) ' (cos oc + sin oc) [ 2,

dus

sin (45° + oc) _ f sjn (450 _ ocj ^ ^cog oc -)- sin oc) J/ 2 -)- ' f

(cos oc _ sin oc) [/ 2 =-l-j (i + f) cos oc + (_ f) sin oc) j 1/2. Zoodat de vergelijking (2) kan worden geschreven:

COS Oc j I 2X2 j(' + 0 cos oc + (1 — f) sin oc | J/ 2

of: (1 + n cos OC = 2 f (1 + f) cos oc + 2 f (1 - f) sin oc ' "t" 2f(l-j-f)-j-2f(l — f) tang oc

2 f (1 — f) tang oc = 1 + f» — 2 f — 2 f- l — 2 f — f»

zoodat tang oc = 1 — 2 f — P 2 f (I - f)

hierin substitueerende: f = — komt er-

40

,_2 x 13 - 132

t3ng °C 2 * 13° 247°2 702 = 0 55698 X 40 X 40 waaruit oc = 29°7'.

Sluiten