Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^ mv' = mg (1 -f cos cc,) r

of cos oc=^ v — 1 = ~ — 1 =0 3 M 2 gr 2 10 VW*-

De hoogte van L boven het horizontale vlak door B is dan 1 + 3.3=1.3 Meter.

3e, Noemen wij, wanneer het stoffelijk punt door zijn evenwichtsstand in B gaat, de spanning in den draad S,, dan is:

c mv'

S — mg = r

dusS = mgx"1;'- 0.1 + 001 X 26

0.36 K.Q.

Windas,

1882. No. 1.

Van een windas is de straal der spil 30 cM., die van de tappen 3 cM. en die van het rad I M. Om de spil is een touw geslagen van 2 cM. dikte, en daaraan hangt een last van 1000 K.G., terwijl het windas zelf 100 K.Q. weegt. Men vraagt:

a. de grenswaarden der kracht te bepalen, welke aan den omtrek van het rad in de richting der raaklijn moet werken cm met dien last evenwicht te maken;

b. aan te toonen, dat voor het opheffen van den last met eenparige beweging bedoelde kracht niet standvastig kan zijn.

De bewegings coëfficiënt wordt 0.08 gesteld.

In nevenstaande figuur stelle abcd de spil of den cilindrischen trommel voor, waarvan de straal r 30 cM. is en waarom het touw e f, welks straal rl 1 cM. is, geslagen is. Aan dat touw hangt de last Q 1000 K.G. De straal van elk der tappen van het windas is p 3 cM., de

Sluiten