Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

straal van het rad gh, waarmede het windas kan gedraaid worden, R is 100 cM., terwijl het gewicht van het windas, welks zwaartepunt wordt verondersteld te liggen in de hartlijn van het toestel Q = 100 K.G. bedraagt. Bovendien is gegeven, dat de wrijvingscoëfficiënt _f der tappen en pannen gelijk 0.08 is.

Is dc aan den omtrek van het rad in de richting der raaklijn werkende kracht P verticaal naar beneden gericht, zooals in de figuur is aangegeven dan worden de grenswaarden van de kracht P, welke evenwicht maakt met den last Q, gegeven door de betrekking:

Q (r + r1) - P X R ± (Q + O + P) X P sin Q 0.

(Zie de oplossing van vraagstuk 1808 No. 1), waarin Q de boog is, welks tangens gelijk is aan f.

Men heeft dus voor die grenswaarden:

p Q (r + r') ± Q + (G)P sin Q

R + p sin Q ' '

tang Q 0.08

Daar sin Q — ,, — .. — 0.079746 is, mogen wij

Vl + tang2 Q V 1.0064 '

zonder aanmerkelijke fout voor sin Q, tang Q ƒ 0.08 stellen. In (1) de

waarden Q — 1000, G 100, r 30, r1 1, R 100, p — 3 en sin Q~

0.08 substitueerende, krijgen wij:

p _ 1000 X 31 + 1100 X 3 X 0.08 _ 31000 ± 264

~ 100 ± 3 x 0.08 " 100+ 0.24"

Als de kracht P verticaal naar beneden werkt, moet zij dus kleiner

, 31000 + 264 31264 zijn dan ^ ^ 9976 K.G. en grooter zijn dan

31000 264 30736 „ „ , , ^

100 + 0 24 100T4 306 62 om "iet den last Q 1000 K.G. evenwicht te maken. Is de aan den omtrek van het rad in de richting van de raaklijn werkende kracht P verticaal naar boven gericht, zooals in figuur II wordt aangegeven, dan heeft men voor de grenswaarden dier kracht P de betrekking:

Q (r + r') - P X R ± (Q + Q - P) X P sin Q = 0. In dit geval zijn dus de grenswaarden van P gegeven door Q (r + r') + (Q + G) X r sin Q R ± p sin Q

Sluiten