Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

richting dier kracht door de middelpunten van de eerstgenoemde cylinders gaat en de hellingshoek van het hellend vlak ais? — (Er wordt ondersteld, dat er geene wrijving is en dat zoowel de vlakken als de cylinders volkomen hard zijn).

In nevenstaande figuur geeft AB aan een horizontaal vlak en BC. een hellend vlak, dat een hoek oc me» AB maakt. De eerste cylinder, welks as M, is, rust volgens de beschrijvende lijn D, op het horizontale vlak en raakt volgens zijn beschrijvende lijn E het hellend vlak. De tweede cylinder, welks as Ms is, rust volgens zijne beschrijvende lijn T op het hellend vlak en raakt volgens zijne beschrijvende lijn K den eersten cylinder. De derde cylinder rust volgens zijn beschrijvende lijnen L en N respectievelijk op den eersten en op den tweeden cylinder.

Daar de drie cylinders volkomen aan elkander gelijk zijn, is de driehoek M, M2 M, gelijkzijdig. In den evenwichtstoestand werken op den derden cylinder drie krachten nl. 1°. zijn gewicht P in M, verticaal benedenwaarts gericht; 2" de reactie Ru, welke hij van den eersten cylinder ondervindt, gericht van L naar M3 en 3" de reactie R3-, welke de tweede cylinder uitoefent op den derden, gericht van N naar M,. De richtingen dezer drie krachten snijden elkaar in het punt M,. Wanneer de derde cylinder in evenwicht is, heeft men, zooals gemakkelijk is in te zien: I o _ S'1 (30" + OC)

! R"3 ~ sin 60" P'

j R,, = sin (30° - «> P.

' sin 60"

Daar de reactie R.3, welke de derde van den tweeden cylinder ondervindt, niet gericht kan zijn van N naar M,, kan R,, geen negatieve waarde verkrijgen, of m.a.w. kan oc niet grooter zijn dan 30° . Een eerste voorwaarde waaraan het stelsel voldoen moet, wil er evenwicht mogelijk zijn, is dus dat de hellingshoek oc niet grooter is dan 30° . Dit resultaat is dadelijk uit de figuur op te maken, omdat als L = 30° wordt, de lijn M3 M, eene verticaal wordt. Wordt oc even grooter dan 30° dan rust de derde cylinder niet meer tegen den tweeden, maar rolt hij van den eersten af.

Onderstellen wij dus dat o< kleiner dan 30° is. Nemen wij aan dat in den evenwichtsstand de eerste en de tweede cylinder eene drukking R,,

Sluiten