Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen elkaar uitoefenen, dan werken op den 2en eylinder vier krachten, nl 1°. zijn gewicht F in M, verticaal benedenwaarts gericht, 2". de drukking, welke de derde eylinder uitoefent in N en die gericht is van N naar Ms,

sin (30° oc)

welke drukking in grootte gelijk is aan R2 s = _n gQ0 P. 3".dereaclie

door het hellend vlak in T uitgeoefend, gericht van T naar M2 en 4". de

reactie Ru door den eersten eylinder in K uitgeoefend en gericht van K

naar M„. De richtingen dezer vier krachten snijden elkaar in M,. Is de tweede

eylinder in evenwicht, dan moet de algebraïsche som van de projecties dier

vier krachten op de lijn KM,, die evenwijdig loopt aan het hellend vlak

BC gelijk nul zijn. Men heeft dus bij evenwicht de betrekking:

R,., — P sin oc + Rj ü cos 60° = 0, of Ri-, = P sin oc — R2.3 cos 60° =

. sin (30° — oc) D i . sin (30° — oc) I

' S1" °c sin 60" P C°S 60 * Rl" = I S'n CC ~ tang 60" I 1

I sin (30° — oc) i | . sin 30° cos oc — cos 30"sin oc |

= j«taOe- y3 j | ® Oc y3

i ' cos oc-y J/3 sin oc )

P SS | cos OC — —- . 3 j P = *2 (sin oc — - 3

cos oc) p = ? P (9 sin oc — cos oc |/ 3) = ^ P tang oc — ] 3 cos oc 6 ^ 9

Daar oc kleiner dan 30° is, is cos oc positief, Rl, is dus positief,

zoolang als tang oc niet kleiner is dan y V3 of als oc niet kleiner is dan

10° 53'36"- Wij zien dus dat zoolang als de hellingshoek oc grooter is dan 10° 53'36n de eerste en de tweede eylinder eene drukking tegen elkander

uitoefenen, welker grootte gelijk is aan P. (9 sin oc — cos oc V 3 ). Is de

hellingshoek oc kleiner dan 10° 53 36", dan oefenen die cylinders geenerlei drukking tegen elkander uit, doch moet er in de richting MiM, eene van buiten af werkende kracht Q,t op den tweeden eylinder aangrijpen wier

grootte gelijk is aan R„ - g 9 sin cc + cos cc ^ 3 om te maken,

dat die eylinder in evenwicht blijft of m.a.w. om te verhinderen, dat die eylinder door den derden eylinder tegen het hellend vlak wordt opgeduwd.

Onderstellen wij nu dat de hellingshoek oc kleiner is dan 10» 53'36n. De eerste eylinder ondervindt dan geen drukking van den tweeden eylinder, terwijl de drukking door den derden cylindu op den eersten uitgeoefend

gelijk is aan Rl3 = ^ P Ware die drukking door den derden

6 J Sin bü°

eylinder uitgeoefend niet aanwezig, dan zou uit den aard der zaak de eerste eylinder in evenwicht zijn, omdat alsdan de reactie van het horizontale vlak AB in D vertikaal naar boven werkende, evenwicht zou maken met het g»wicht P van den eylinder. De in L volgens de richting LM, werkende drukking Ri 3 van den derden eylinder tracht evenwel de eerste eylinder van liet punt D te doen wentelen. Deze beweging kan voorkomen worden door eene van buiten af aangebracht kracht Q, werkende in de richting MtM„ wier grootte zoodanig is, dat de resultante van die kracht Q,.„ van

Sluiten