Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

De afstand x, van den cylinder EHIK tot zijn grondvlak AB is ' DF =

1 2

2 X 4 = 2 d.M.

Op grond van de formule (b) bij de oplossing van vraagstuk 1880 N". 2 ontwikkeld, is dus de afstand van het zwaartepunt van het uit hout en lood samengestelde lichaam tot het grondvlak AB:

V s, u' + v, fs, - s,) u, = 288 1X0.8 X 2^+64 |X(12-0.8)Xt V sa + v (s, - ss) ' 288 | | X 0.8 + 64 | | X (12 - 0.8)

19232 , 288 9 947.2 " 2 9472 2 296 c M'

K.. en "Wr.

1893. No. 2.

Een staaf steunt met het ondereinde tegen een verticalen muur en is in het midden aan eene koord bevestigd dat aan den muur is vastgemaakt, in een punt verticaal boven het steunpunt van de staaf gelegen, op een afstand gelijk aan de lengte van de staaf. Aan het vrije uiteinde is een gewicht gehangen dat 7 maal zoo groot is als het gewicht van de staaf, waardoor deze op het punt staat van uit te glijden. Zoo in dezen stand het koord een hoek van 90° met de staaf maakt, en het zwaartepunt van deze laatste in het midden is gelegen, vraagt men naar de wrijvingscoëfficient tusschen staaf en muur.

De staaf AB (zie figuur) steunt met haar ondereinde A tegen den verticalen muur DE. Aan het midden C der staaf is een koord bevestigd, welk koord ook is vastgemaakt in een punt D van den muur, dat gelegen is verticaal boven A op een afstand AD gelijk aan de lengte AB van de staaf. Het zwaartepunt der staaf ligt in het midden harer lengte en valt dus samen met het bevestigingspunt C van het koord. Het vrije uiteinde B der staaf is belast met een gewicht, dat 7 maal zoo groot is als het gewicht der staaf. Noemen wij het gewicht der staaf Q, dan is dus het gewicht, dat aan het uiteinde B der staaf is opgehangen, gelijk 7 Q. De belasting in B tracht de staaf in B te doen dalen en in A langs den muur naar boven te doen glijden. De staaf is echter in evenwicht, doch staat op het

Sluiten