Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

punt uit te glijden, terwijl bekend is dat in dien evenwichtstoestand liet koord CD een hoek van 90" met de staaf maakt, zoodat het koord met den muur DE een hoek van 30° maakt.

Noemen wij in dien evenwichtstoestand de spanning in het koord S, de normale reactie van den muur tegen het ondereinde A der staaf R, dan is, wanneer f de wrijvingscoëfficient tusschen staaf en muur voorstelt, de wrijvingsweerstand welke de staaf in A ondervindt, gelijk fR en gericht van A naar E.

De staaf is dus in evenwicht onder de werking van de volgende vijf krachten: le. haar gewicht G aangrijpende in het midden C der staaf, 2e. het aan het uiteinde B opgehangen gewicht 7 O, 3e. de spanning van het koord S in C loodrecht op AB gericht, 4e. de reactie R van den muur DE, in A loodrecht op den muur gericht en 5e. den wrijvingsweerstand fR werkende in A volgens de richting AE.

Door uit te drukken, dat de algebraïsche som van de projecties dier vijf krachten op eene horizontale, zoowel als op eene verticale lijn, gelijk nul is, verkrijgt men de beide betrekkingen:

R - S sin 30o 0 (1)

O + 7 G + fR — S cos 30° 0 (2)

Door uit te drukken, dat de algebraïsche som van de momenten dier vijf krachten ten opzichte van het punt A gelijk nul is, komt men tot: G X AK + 7 G X AL - S X AC 0 of G X AC cos 30» + 7 G X AB cos 30" - S X AC 0.

Omdat AC := AB, kan deze laatste vergelijking geschreven worden:

7 j G cos 30° = y S of S = 15 G cos 30°

De vergelijking (2) geeft:

8 G + fR S cos 30° = 15 G cos 30o

1 15

of daar ingevolge vergelijking (1) R S sin 30° — 2 ^ ~ 2 ^ C0S

30° is

8 G = fG cos 30° = 15 G cosJ 30o

zoodat: 8 + f cos 30° = '5 cos5 30°

30 cos' 30" — 16

en dus t —

15 cos 30"

Hierin voor cos 30" ! | 3 substiteerende, komt er

30 X 't - 16 22 * - 16 6n f= f =-? = 2 = 3 = 0.50037.

tsxjyr fi/T £1 3 45

Sluiten