Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noemen wij nu ti den tijd, welken de kogel besteedt om van uit C in het

punt D den grond te bereiken, d. w. z. om den paraboolboog CD te door-

1 2 X 500

loopen, dan heeft men de betrekking: gtis — CB = 500oft,5 =

= 100, dus ti = 10 seconden.

Tien seconden nè de botsing van den kogel tegen den wand bereikt

80

hij dus weer den grond. Daar men heeft BD = V, X 'i _ j

800 ,. , . An 1000 800 200 _ 200

. , Meter, is AD = AB — BD = , — ,-y -- -ry~ — -> 3 |/3 V 3 1/ 3 K 3 3 '

200

De kogel bereikt dus den grond in een punt D, dat ligt 3 Meter

vóór het punt A, waaruit de kogel werd voortgeworpen. De horizontale

~ „ 80

composante der snelheid van den kogel, in het punt D is Vi = 3 Per

secunde en de verticale composante dier snelheid is Vt' = gti = 10X 10 = 100 Meter per secunde. De hoek oc, waaronder de kogel den grond treft,

is dus zoodanig, dat tang oc = = 4 V 3, waaruit volgt:

j/~3

OC = 65o 12' 31".

B. en Wr.

1894. No. 2.

Een cirkelboog BCD wordt in een verticaal vlak geplaatst zoodanig dat het punt C zich verticaal onder het middelpunt M bevindt, terwijl BMC -= 45° en |_ CMD = 60° is. In B is de raaklijn BA getrokken. Een liehaam wordt in A losgelaten. Het glijdt eerst langs AB naar beneden, zet in B gekomen zijne beweging langs den cirkelboog BCD voort en verlaat dien in het punt D. Men vraagt waar het lichaam zal neerkomen op het horizontale vlak door C. gaande?

Het lichaam ondervindt bij zijne beweging langs AB eene wrijving, waarvoor de wrijvingscoëfficient :/< (/ 2 is, daarentegen geschiedt de beweging langs cirkelboog BCD zonder wrijving. AB = MC = 5 M. g = 10 M.

Sluiten