Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

R x 6 R + 2 R) = 1 R V II zoodat = , -i = = =

5

1 1 5

V !I is; de horizontale composanle CK is derhalve G1 X (| V* U " =

*2 Q1 V l'-

De onderling gelijke spanningen der koorden MA en M'B (fig. I) zijn samen te stellen tot eene kracht S welke in het vlak van fig. I van M naar A gericht is en wier horizontale composante is S sin 30° =

2 S en wier verticale composante is S cos 30° ^ S |/ 3.

Daar wij het geval beschouwen, waarin het gewicht G' van den kleinen cylinder juist zoo groot is, dat de beide groote cylinders geenerlei drukking op elkaar uitoefenen, is de cylinder M in evenwicht onder de werking der drie volgende krachten: le. zijn gewichf G, werkende in M verticaal benedenwaarts, 2e. de kracht S en 3e. de drukking, welke de kleine cylinder uitoefent. Van de laatste twee krachten hebben wij zooeven de horizontale en verticale composante nagegaan.

Door uit te drukken dat de algebraïsche som der projecties van die drie elkander snijdende krachten op eene horizontale, zoowel als op eene verticale lijn gelijk nul moet zijn, komen wij tot de volgende betrekkingen:

( 252 G|/ n - \ s = ° (i)

I ü + J 2 S l/ 3 = o. (2)

Vermenigvuldigt men (1) met 1 3 en trekt men (2) daarvan af, dan komt er:

G - 2 ( ,°, V 33 - l) G' = o

waaruit volgt: G1 —. ^ G = 22 (5 1/ 33 ll) q _

5 V 33 11 5' X 33 - ll2

22 (5 I 33 + ll) G _ 11 + 5 V 33 Q 704 ' 32

Bt.

1897. No. 2.

Een veêrkrachtige kogel met een gewicht van 1 K.G. wordt met eene aanvangssnelheid van 6 M. onder eene hellingshoek van 45° opgeworpen en botst in het hoogste punt der baan tegen een anderen veêr-

krachtigen kogel, die 2 K.G. weegt en aan een draad, lang 2 M. hangt.

Welke afwijking uit den evenwichtsstand zal die laatste kogel ondergaan?

Sluiten