Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens OX eene as OQ — OP, = 20 - 8 = 12 lengte-eenheden

» OY „ „ OR — OPa = 28 1 3 — 8 [/ 3 — 20 J/ 3 lengte-eenh. f OZ o »OS — OT = 25 — 9=16 lengte-eenheden.

Noemen wij die partieele resultanten in de haar zooeven gegeven volgorde OU, OV en OW (fig. IV) dan zien wij. dat de cindresiiltante is OK = 1/ OU2 -f OV3 + OWa = | 12- + (20 | 3)' -f W"=(/ ]600 = 40 lengte-eenheden, d. w. z. het moment van het resulteerend koppel is

gelijk aan 40 moment-eenheden. Daar cos I KOW = 0W -- 16 — 04

OK ' 40

is, maakt de as OK van het resulteerend koppel met de richting OZ van de opstaande ribben van het prisma een hoek oc, zoodanig dat cos oc =

0.4 is. Omdat cos |— KOU = ^ ^ = 0.3 is, maak! de as OK met

de richting OX van de grootste rechthoekszijde van het grensvlak van het prisma een hoek B, zoodanig dat cos B = 0.3 is. Daar cos I KOV = OV _ 20 1/ 3 _ 1 .

OK ~ 40 — 2 V 3 is, maakt de as OK met de richting OY

van de kleinste rechthoekszijde van het grondvlak van het prisma een hoek j = 30°.

Bt. en o.

1900. No 3

Tegen een stoffelijk pui>t A, dat in rust hangt aan een koord van 72 centimeter lengte, botst iu horizontale richting een ander stoffelijk punt B, dat de drievoudige massa heeft van A.

De botsing is volmaakt veerkrachtig, het koord volkomen buigzaam, de massa van het koord wordl verwaarloosd.

Hoe groot moet de snelheid, die B bij het begin der botsing heeft, minstens zijn, opdat A het hoogste punt van den cirkel, waarin het zich kan bewegen, zal bereiken?

De versnellingen der zwaartekracht worde gelijk 10 meter gesteld.

Sluiten