is toegevoegd aan uw favorieten.

Eindexamens der Hoogere Burgerscholen, 1866-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HV.

1907. No. 2.

Omdat het lichaam P bij de beweging over het hellend vlak eene wrijving ondervindt, waarvan de wrijvingscoefficiënt I *3 is, en de helling van het hellend vlak 30o is, zal - daar tang 30» = ^ V 3 is - wanneer op P geene andere krachten werken dan de zwaartekracht en de reactie van het hellend vlak, dit lichaam in evenwicht zijn. Wij kunnen dus al dadelijk besluiten, dat na het breken van het koord, d.w.z. nadat het lichaam P 2 seconden lang is meegesleept door het lichaam Q, de beweging van P eene gelijkmatige (eenparige) beweging zal zijn, wier snelheid wij nog te berekenen hebben.

Daar 3 V 3 / tang 30» is, zal het lichaam Q, wanneer het geheel

los op het hellend vlak wordt geplaatst, naar beneden glijden. Is dit lichaam verbonden aan P, dan neemt het dit lichaam mede en ontstaat er gedurende die beweging eene spanning in het koord, dat de beide lichamen verbindt, welke spanning wij S noemen. Bij die beweging hebben P en Q dezelfde beweging, hunne versnelling is gelijk zoodat de in de richting van het hellend vlak werkende krachten zich verhouden als hunne massa's of als hun gewichten; en daar, zooals boven werd aangetoond, de kracht in de richting van het hellend vlak welke op P werkt, zich bepaalt tot de spanning S, heeft men de betrekking:

S _ Q sin 30°- |-V3 Q cos 30°—S 1 s

p _ 5 = sin 30o — ^3 cos 30o— ?

Q 5 Q

- 1 _ J_y, w 1 i/.. S _ 1 3 S 2 5 2 Q -~2~ 10" Q

s _ I P Q 1 15 X 25 7

5P + Q5 15 + 25 Ktj'

De spanning in het koord gedurende den tijd van 2 sec. is dus

7 f

1 8 K.G. Noemen wij de versnelling van de zwaartekracht g. Meter per sec., dan is de versnelling j der beweging van de lichamen over het hel-

7

'end vlak j = g = 1 8 g = ' g. Na 2 sec. is de snelheid der 15

lichamen dus 2 j = 2 X 4® ^eter Per seconde.

Na het breken van het koord heeft het lichaam dus eene gelijkmatige beweging, waarvan de snelheid 8- Meter per seconde.