Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oc : AC — AB : AK

, AL, AH X AC. „ waaruit volgt AK : _ = B.

Op AC als middellijn beschrijven wij een halven cirkel en zetten uit A de koorde AL = AK = B uit. Uit het uiteinde L dier koorde laten wij

AL2

eene loodlijn LQ op AC neer, dan is AG = ^ of AG X AC = B2. De lijn BG, die B met G verbindt, is dus de gezochte deellijn.

1879. No. 2.

Van een lichaam is het grondvlak een rechthoek; de opstaande zijvlakken, die door de langste zijde van het grondvlak gaan, maken met die laatste hoeken van 30°, terwijl de beide andere zijvlakken, gaande door de kortste zijden van den rechthoek, met het grondvlak hoeken van 60o maken. Men vraagt den inhoud van het lichaam, als de zijden van het grondvlak a en b zijn.

In nevenstaande figuur is het lichaam in drie projecties voorgesteld. De rechthoek ABCD is het grondvlak van het lichaam; van dien rechthoek zij de langste zijde AB = a en de andere zijde BC = b.

Daar F.G = ' b en |_ EFG = 30° is, vindt men EF ^ b | 3, de inhoud van de dwarsdoorsnede FGH is dus ' b'J | 3. In den driehoek

KML is LM = EF = g b. J/ 3 en |_ LKM = 60°, zoodat MK = g b.

Brengen wij door de uiteinden L en N van de met het grondvlak evenwijdige ribbe LN, vlakken loodrecht op het grondvlak, dan verdeden wij het lichaam in drie deelen.

Sluiten