Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2

2 (x — r)J x (x + r)

2 »• - 4 r x + 2r2 xJ + r x X- - 5 rx + 2r- O

... .. 5 + 1/ 17 r Daar

De wortels dezer vierkantsvergelijking zijn x 2

echter x grooter moet zijn dan \ r, heeft alleen de grootste der beide wortels eene beteekenis voor ons vraagstuk, en heeft men dus voor den gevraagden afstand \ r (5 + V 17-)

1881. No. 3.

Van een geliikbeenig trapezium is elke hoek aan eene der evenwijdige zijden .5-, de kleinste de? evenwijdige zijden «, en elke de, op«aand.

Z')den Bepaal de verhouding van de inhouden der omwentelingslichamen, di, JSZÏ weden, ais ,nen

om de kleinste der evenwijdige zijden, om de gr zijden en om eene der opstaande zijden.

Na de oplossing ci stellen

Van het gelijkbeenig trapezium ABCD zijn de hoeken ADC en BCD aan d^« aI evenwijd^e zijde CD „e.ijk «•; 1. de k,e,nSte de, ««.■ A- "j,„ ak -1 en elk der opstaande zijden DA en LB gutjK r>.

verlengden van de zijde AB, dan zijn, omdat |_ ADC L BCD •

de beide figuren AEDG en BFCH vierkanten, welker diagonaal DA

b en welker zijden dus \b 1/ 2 zijn. Men heeft dus DC GH

Sluiten