is toegevoegd aan uw favorieten.

Eindexamens der Hoogere Burgerscholen, 1866-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

twee aan elkander evenwijdig en slaan loodrecht op elkaar, die vierhoek is dus een rechthoek.

2°. De driehoek ADE, volgens welken de piramide gesneden wordt door het vlak ADE, dat door AD loodrecht op BC gebracht is, is in fig. 2. afzonderlijk voorgesteld. Zij ES de loodlijn uit E op AD neergelaten, dan zijn BS en RE de afstanden van het deel vlak KL/VIN tot de beide ribben AD = a en BC = b. Nu heeft men RA : RE = 1 : 2, zoodat RE = 2 1

j AE en RS = SE. Verder ziet men dat:

SE : RE = AD : PQ

waaruit volgt:

PQ = H X AD = | a.

Ook heeft men:

RS : ES = Ag : AE = MN : BC

waaruit volgt:

MN = SE X BC = 3 b"

De zijden van den rechthoek KLMN zijn derhalve 2 a en 1 b.

3 3

1894. No. 1.

De top van een kegel valt samen met het middelpunt van een bol, terwijl het grondvlak van den kegel den bol raakt. Het stuk van den kegel' dat buiten den bol ligt, is even groot als dat van den bol, dat buiten den kegel valt. Hoe groot is het gemeenschappelijk stuk in den straal van den bol uitgedrukt.

Het stuk van den kegel, dat buiten den bol ligt, is even groot als het stuk van den bol, dat buiten den kegel valt. Tellen wij bij die beide