Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zuid-Holland 1867.

2e ploeg.

Hoeveel ijzeroxyde blijft er terug bij de verhitting van 25 lood watervrij zwavelzuur ijzeroxydule? Fe = 28; S =: 16.

Reactie:

2 Fe O, SO„ = Fe, 03 + 2 SO, + O.

(Redeneering als in 1866 Gelderland, le ploeg.)

160 : 304 = x : 25 160 X 25 4000 „ „

304 ~ 304 — 1316 '00d

Zuid-Holland 1876.

3e ploeg.

Hoeveel koolzure kalk heeft men noodig om daaruit door middel van zwavelzuur 50 kan koolzuur (bij 0° en onder eene drukking van 760 m.M. te ontwikkelen?

Reactie:

Ca CO, + H, SO, = H, CO, + Ca S04.

/ \

H,0 + CO,

1 kan CO, weegt 1.5 X zoo zwaar als 1 kan lucht. 1 kan lucht weegt 1.3 G.

Dus 50 kan CO, wegen 50 X 1.5 X 1.3 Gram.

x Gram Ca CO, ontwikkelen met H, S04 50 X 1 5 X 13GramCO,. Volgens de formule geeft 1 molecule Ca CO» 1 molecule CO,. Dus 100 Gram Ca CO, ontwikkelen 44 Gram CO,

Daaruit volgt:

x : 50 X 1.5 X 1.3 = 100 : 44 x = 221.6.

Dus 2J21.6 Gram Ca CO,. *)

Zuid-Holland 1867.

4e ploeg.

Hoeveel kan zwaveligzuur (op 0° onder eene drukking van 760 m.M.) wordt er gevormd door de werking van 10 lood zwavelzuur (HO,SO:1) op eene voldoende hoeveelheid koper? Spec. gew. SO, = 225; I kan lucht = 1.3 wichtje.

*) Waar hier en in de volgende vraagstukken wordt gesproken van het specifiek gewicht van een gas wordt steeds bedoeld het specifiek gewicht ten opzichte van lucht. Om het gewicht van 1 Liter te vinden moet men dus met 1.3 = gewicht van I L. lucht vermenigvuldigen.

Sluiten