Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1901. No. I.

Van eiken kandidaat wordt verlangd een beknopt antwoord op vier vragen.

Hij kieze daartoe: No. 1 of 2 uit stel A, No. 1 of 2 uit stel B, No. 1 of 2 uit stel C, No. 1 of 2 uit stel D.

A. 1. Hoeveel liter zuurstof ontstaan door hevige gloeiing van 25 gram kaliumchloraat, en hoeveel gram koolstof kunnen met die zuurstof onvolkomen verbrand worden?

Cl: 35.5; O : 16; K : 39; C : 12; gewicht van I liter waterstof bij 0° en 760 m.M.: 0.0899 gram. (Van dit vraagstuk eene beredeneerde oplossing geven).

KCIS = KCI + O, + O O + KClOa = KCI04 KCI04 = KCI + 2 0,

2 KCIOa = 2 KCI +3 0, ('

245 : 96 = 25 : x 245 x = 2400 x = 9.795 Gram O,.

Bij een gas is M — 2 d. (Zie Overijsel 1867).

d. (ten opzichte van H) = Yt Mol. gewicht CO, — H X 32 — 16. Dus gewicht 1 Liter O, = 16 X gewicht 1 L. H, = 16 X 0.0899 G. = 1.443 Gr.

9 705

Dus: y = ;;442 - 6.8 Liter.

C + O, = CO, (II)

12 : 16 = x : 9.795 3 : 4 = x 9.795 'i V 9 7Qï

x = ■*- = 3 X 2.448 = 7.34 Gram.

1901. No. 2.

De procentarische samenstelling van azijnzuur is 40". 0 C, 6.6"/0 H en 53.34 °/0 O; welke is de empirische formule van dit zuur? (C : 12; H : 1; O : 16). Door welke proeven vindt men het moleculair gewicht, en welke is dus de moleculairformule van azijnzuur?

Lees: 40% C, 6.7 °/0 H, de rest is zuurstof.

C H O 40 6.7 53.33 Dus atoom verhouding is 3.33 6.7 3.333 of als:

1:2:1 Formule = CiH,Oi of C,H,0, of in 't algemeen Cn H,n On. Op 2 manieren kan men nu M. bepalen, n.l.:

le. Door de dd bepaling.

2e. Door de moleculair vriespuntverlaging.

le. M = 2d. Was nu d gegeven, dan zou men M kunnen berekenen.

d = 30 bij azijnzuur. Dus M = 60.

Is n = 1, dan is M = 30. Dus n = 2.

Sluiten