Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laat op den avond, Cbarietto! ik lag reeds lang op mijn beerenhuid, en de Goden hadden uoij een schoonen droom toegezonden, toen gij door uwe stem mij uit den slaap riept."

,Verschoon mij, edele Oscar!" sprak de jongeling, die bij de dikke gestalte des ouden Bataviers afstak, als de knotwilg bij den populier „gewichtige

zaken voeren mij thans tot u en "

wik begrijp u reeds, Oscar heeft goede oogen, en indien het niet de liefde is, die u thans tot mij voert, mag men nimmer weer om mijn vroolijke liedjes lachen; heb ik de waarheid gezegd, Charietto ?"

Volkomen, en ik sta over uw schranderheid verbaasd."

,/Daar hebben reeds velen verbaasd over gestaan," riep de oude, die voor zeer geestig gehouden wilde worden, ,/en ik zal u nog meer zeggen, gij zgt verliefd en op wie? op Neha. Zeg Charietto! of ik het weet of niet.'"

,/Volkomen; doch er is nog iemand, die haar bemint." //Nog iemand, wie mag dat dan zijn?"

i/Lupus, edele Oscar! bemint haar even vurig als ik haar liefheb, ik ben dus tot u gekomen, groote

achting heb ik steeds voor u gekoesterd "

«Waarschijnlijk hebt gij mij daarom in langen tijd geen stuk wildbraad gezonden," sprak Oscar lachend.

„Ik was ongelukkig op de jacht,gaf Charietto ten antwoord; ffdoch om tot de zaak terug te komen, gij kent mij sedert mijn kindsheid, weet dat ik arbeidzaam en dapper ben, en ik twijfel dus niet, of gij zult wel alle middelen in het werk stellen, om mijn huwelijk met uw schoone nicht te bevorderen.".

ACIIT «EI.-WKN. II. 2

Sluiten