Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een boog en eenige pijlen gewapend, op zijn schouders draagt hij zijn vangst, een doode hinde. Vlug werpt hij den last van zijn schouders, ijlt naar de jonge vrouw toe, kust haar verscheidene malen, en ook het kind, dat zich lachende kussen laat, terwijl hij den grijsaard welgemeend de hand drukt.

Die jonge man is Lupus, die vrouw Neha, dat kind Ryno, en de grijsaard Lupus vader.

Gij, Lezer! die dit tafereel aanschouwdet, vraagt thans niet meer: „en beminnen zij elkander nog even teeder?"

»Uw lang verwijl maakte mij ongerust, Lupus!" sprak Neha, „de avond begint reeds te vallen, en ik vreesde, dat uw eenig onheil mogt getroffen hebben/'

«Gij zijt ook altijd zoo bevreesd, mijn lieve!"zeide Lupus; //doch ik verzeker u," ging hij voort, op de hinde wijzende, die aan zijn voeten lag, //ik verzeker u, dat dit dier mij veel moeite gekost heeft, eer ik het onder het bereik mijner pijlen had."

"Gij zijt gewis vermoeid," sprak Neha, die terwijl Lupus met Branno over de jacht sprak, zich eenige oogenblikken verwijderd had , en thans met een houten bak met melkspijs gevuld, de woning uittrad, „gij zult gewis vermoeid zijn, Lupus! ik heb dit voor u gereed gemaakt, zulks zal u gewis versterken."

//Neha! gij zijt de beste aller vrouwen," riep de gelukkige echtgenoot, //ik dank de Goden dagelijks voor uw bezit."

„Zij is een groote schat," sprak de grijsaard, en drukte een welgemeenden kus op de lippen zijner lieve schoondochter.

Sluiten