Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd een teug uit den beker, die voor hem stond. Zijn overpeinzingen schenen niet van de aangenaamste te zijn; want van tijd tot tijd rimpelde hij het majestueuss hooge voorhoofd en schudde eenigzins driftig met zijn hoofd, toen een Hoofdman de tent binnentrad, en den overste op een eerbiedige wijze meldde dat iemand hem wenschte te sprekeu.

„Het is reeds nacht," sprak Jovinius, //dat hij, die mij iets te zeggen heeft, morgen wederkome,"

fHet is niemand der onzen," was des Hoofdmans antwoord, //maar een Germaansch overlooper, die zegt, u allergewichtigste zaken mede te deelen te hebben."

</Een Germaansch overlooper," sprak de overste tot zich zeiven, '/zonderling! dit volk is anders zoo zeer aan hun Vorsten gehecht, dat zij dezelve voor alle rijkdommen der wereld niet zouden verraden."

»En evenwel is het toch zoo,1 sprak de Hoofdman, //en dat hij komt om zijn landgenooten te verraden , hiervan houd ik mij overtuigd."

//Welaan, dat hij dan hier verschijne; doch dat hij ongewapend zij."

Weinige oogenblikken later trad de Germaan Jovinius tent binnen.

//Wij hebben u overwonnenriep de Germaan,//en door onzen moed hebben wij uw leger verdreven."

//En gij zijt gekomen om mij dit te zeggen," riep Jovinius, /;en wie zijt gij, die zoo vermetel spreekt?'* »Mijn naam is Charietto, en geenszins ben ik hier gekomen, om over uw nederlaag te spreken, maar veeleer oin u den weg aan te wijzen, die ter overwinning leidt."

(/Welaan, spreek op!" gebood Jovinius, //gij wilt dus uw landgenooten verraden?"

Sluiten