is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„De moordenaar uws vader, Ryno! denk aan uw eed."

«Bij de Goden! hij, die dezen nacht een schuilplaats bij ons zocht is "

„Hij, die uw vader vermoord heeft/' viel Branno hem in de rede. «Ja, ik heb hem herkend, de wolfshuid, die hij draagt, is die van uw armen vader. Ryno! de Goden hebben mijn gebed verhoord, mijn voorgevoel heeft mij niet bedrogen, heden is het de nacht der wraak."

#Maar hij heeft een verblijf gezocht, de gastvrijheid..."

„Neen," riep Branno, „de Goden hebben hem zei ven ons toegezonden, heeft hij zich zelf niet op den offersteen nedeTgelegd. Ryno! iudyu gij wilt, dat de Goden u helpen, indien gij met Randa gelukkig wilt zijn, zie daar het zwaard, waarop gij gezworen hebt, dood hem daarmede, en gij hebt uw belofte volbracht."

//Ik kan niet," riep de jongeling, het akelig glinsterende staal afwijzende, ,ik kan niet, hij is weerloos."

„Dat was uw vader ook."

«Neen.... hem, wien ik een nachtverblijf aanwees, vermoord ik niet."

Niet, zoo treffen mijn vloek en de wraak der Goden. ..

„O zwijg, zwijg," riep de jongeling.

„Neen, uit Walhalla ziet uw vader op u neder," vervolgde de wraakzuchtige grijsaard, «en bloost over zijn zoon, over u, dien ik vloek...."

/,Yloek mij niet."

hIk zal u vloeken , laaghartige! hij, die daar binnen sluimert, moordde uw vader en te gelijk uw moeder. Ryno! Wodan grijpt naar zijn bliksems om den meineedige te verpletteren."

i'