Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogenblikken voorlgewaggeld te hebben, bewusteloos nederviel.

Doch hoe groot dit bewijs van kracht van Eugistus ook wezen mochte, de Sassen zagen er de schoonheid niet van in; maar hun zwaarden trekkende, drongen zij op den moedigen schildknaap in.

z/Hoe!" riep Horsa, „is dit de wijze, waarop gij vreemdelingen, wien ik, dochter van uw Konins

O '

gastvrijheid en bescherming beloofd heb, ontvangt; keert allen tot uw bezigheden terug, en laat deze ongemoeid."

nHeeft zij u onder hare bescherming genomen," sprak de man, wien Engistus zulk een bewijs van kracht gegeven had, „dan zijt gij welkom, en denk niet, dat ik u de minste vijandschap toedraag, om dien slag, welken gij mij daar zoo even gegeven hebt, geenszins, ziedaar mijn hand," en hij stak zijn grof gespierde hand naar den schildknaap uit.

nVrienden! ja,1' riep Engistus, „ik ben liever iemands vriend, dan iemands vijand," en deze betuiging werd weder door een geduchten handslag bevestigd.

Intusschen had de schoone Ilorsa haar vader van de komst der vreemdelingen verwittigd, en thans wenkte zij Ridder Lem en Engistus haar te volgen.

Na de deur te zijn binnengetreden, kwamen zij terstond in een langwerpig vierkant vertrek, hetwelk door zes openingen, drie aan elke zijde, die in den muur waren aangebracht, verlicht werd.

In het midden van het vertrek stond een lange tafel van den ingang af tot achter in de ha — alzoo wen) deze zaal genoemd, -- achter was de grond

Sluiten