Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voornaamste gasten vulden, iets, dat de geuoodigden

van minderen rang zelf dedeu.

Ritsart betoonde zich oen vroolijk gastheer te zijn en kruidde den maaltijd met gesprekken, die hoewel niet zeer kiesch, echter vroolijkheid bij de gasten te

weeg brachten.

Ridder Lem was te verliefd om vroolijk te zijn, en hield zich dus alleen bezig met de schoone Horsa aan te staren, te zuchten en een geducht brok beerevleesch in den mond te stoppen, en de lieve maagd, die dt opmerkzaamheid, welke de Ridder haar schonk, zeer goed bemerkte, - want zij was een bevallig jong meisje, en welk meisje is er, die niet dadelijk den

indruk, dien zij bij iemand te weeg brengt, bespeurt,—

scheen in hem mede bijzonder behagen te scheppen te oordeelen naar de blikken, die zij van tijd tot tijd

op den verlielden Ridder wierp-

Oscar daarentegen sprak niets; maar at en dronk des te meer, en eindelijk greep hij zijn speeltuig en zong; doch de wijn had zijn oude hersenen te zeer bedwelmd, zoodat hij eenige onverstaanbare klanken uitbracht, en zich daarna weder duchtig aan de tafelgeneugten overgaf.

Koning Ritsart, die mede onophoudelijk zijn beker liet vullen, begon hoe langer hoe vroolijker te worden, en vatte wel driemaal hetzelfde verhaal op, zonder ooit tot het einde te kunnen komen, terwijl de voorname Sassen, die aan het hoogere gedeelte der tafel zaten, den invloed van den wijn ook schenen te gevoelen, en over heldendaden, die zij nooit verricht hadden, snoefden, en ontmoetingen, die zij nooit gehad hadden, verhaalden.