is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de Ridder drukte het voorwerp zijner liefde aan den bijna hoorbaar kloppenden boezem.

,Mais comment.. .hoor ik een mijner lieve Lezezeressen zeggen, »» dit romantisch? is dit zelfs niet onkiesch, dat een meisje zelf den man, die om hare liefde smeekt, zegt, dat ook zij hem bemint?"

Verschoon mij, Dame! hetgeen ik hierboven nederschreef, gebeurde voor acht honderd jaren, de menschen waren toen geheel anders dan nu, een maagd schroomde geenszins den jongeling, die haar behaagde, te bekennen, dat ook zij hem beminde; men beschouwde; het huwelijk toen niet, zooals velen het thans beschouwen, als een opofTering. Men behoefde zulk een landen tijd niet, zooals thans, om onderzoek te doen °naar het gedrag des jongelings, dat is, naar zijn vermogen, zijn bestaan , zijn vooruitzichten, zijn erfooms of tantes, in één woord naar alle dingen, die met iemands gedragingen niets gemeens hebben, men beminde elkander oprecht, men huwde met het voorwerp zijner innigste genegenheid, niet met een gevulde geldkist, of een voordeelig ambt, waarbij men den bezitter of de bezitster op den koop toegaf, men vertrouwde elkander geheel en al, en maakte geen huwelijksvoorwaarden, een blijk van mistrouwen, of wel een voorbedacht middel om zijn evenmensch te bedriegen , en.... kom aan, het voegt aan geen jong mensch over zulke dingen te denken, veel minder er over te spreken, in het minst van alles er over te schrijven!

„En wilt gij de mijne zijn, Horsa?" lispte de

Ridder zacht.

«Morgen, morgen, Heer Lem!" sprak het meisje, „morgen, zal ik u op deze zelfde plaats komen