Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK 111

Deii volgenden dag deed Engistus niets dan over Riska praten, en toen de Ridder hem het plan, dat hij had, om dien nacht te vertrekken, mededeelde, wilde hij volstrektelijk Riska medevoeren. De Ridder weigerde hem echter deze bede, en vermaande zijn krijgsvolk zich gereed te houden, om hem op den minsten wenk te volgen, terwijl hij Engistus ernstig vermaande, zich gedurende dien dag van het overmatig gebruik van wijn te onthouden, een gebod, dat de arme schildknaap al zuchtende aanhoorde.

Eindelijk spreidde nacht zijn donkeren sluier over het aardrijk, en statig rees de maan, als begeerig, om van de vlucht der gelieven getuigen te zijn, aan den onbewolkten hemel.

Alles was tot de vlucht gereed; de Koning, die, volgens gewoonte, naar zijn kamer gedragen was, lag in diepen slaap gedompeld, velen hadden dit voorbeeld gevolgd. Het paard des Ridders stond gezadeld , en werd door Engistus bij den toom gehouden, terwijl elk der krijgslieden insgelijks gereed was, om op den minsten wenk zijn paard te bestijgen.

Eindelijk kwam Horsa; haar gelaat was bleek en ontzet, haar gang wankelende, en aan hare schoone oogen konde men bespeuren, dat zij geweend had.

,/Ik waag veelsprak zij, met bijna onhoorbare stem tot den Ridder, „indien er eens een tijd kwanie, dat gij mij niet meer bemindet."

^Die tijd,' sprak de Ridder, ;/zal nimmer komen. Thans is alles gereed, spoedig eer het te laat mogt

Sluiten