Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

keer gij terug, en gebied in mijn naam, dat al mijn onderdanen zich gewapend herwaarts begeven, en, bij de Goden! zoodra de dag aanbreekt, zullen wij den aanval beginnen, die niet eindigen zal, voordat allen gesneuveld of in onze handen zijn!

H 0 0 fl) STUK V.

„De Goden zijn gedankt, zie daar ons ten minste voor eenige oogenblikken in veiligheid, waren des Bidders eerste woorden , toen hij zich met zijn gevolg in den toren bevond.

Het schelle geluid deed zich wederom hooren. „Wilfried doe open, uw Koning beveelt het u. lerstond wilde de oude man de deur openen; doch Engistus hield hem ten-en. „Zacht wat, vriend!" sprak hij, open de

D "

poort niet."

„Maar de Koning gebiedt , en gij zijt immers vrienden van Koning Ritsart, anders zoude zijn dochter Horsa zich niet bij u bevinden.'

«Vrienden, o ja! dat zijn wij," sprak Engistus, „groote vrienden, behalve dat hij ons allen zoude ophangen indien hij ons in handen had, en dat zijn dochter bij ons is, doet hem het allergrootste genoegen, behalve dat hij ons daarom waarschijnlijk morgen hevig zal aanvallen. Wees dus zoo goed, oude vriend! en laat de deur gesloten blijven, en daar gij er zeer trouw en eerlijk uitziet, behalve dat uw gezicht veel van dat eens schelms beeft, zal ik zoo vrij wezen,