Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

u deze touwen om de handen en voeten te binden, en dan kunt gij daar in dien boek liggen slapen, of waken, al naar gij verkiest." Dit zeggende had de sohildknaap den armen Wilfried gebonden, en droeg hem naar eenig stroo op den grond, dat tegen den muur lag.

//Gij zijt vermoeid, Horsa!" sprak de Ridder, begeef u ter ruste, waarlijk gij zijt ongesteld, al uwe leden sidderen. Spreek. waarmede kan ik u van dienst zijn ?"

„Het is de vrees, die mij doet beven, Ridder! o mijn hoofd duizelt, als ik aau het gevaar denk, dat u boven het hoofd hangt."'

«En vreest gij dan voor u zeiven niet?''

vNeen, maar voor u," sprak het meisje, terwijl zij den blanken arm om den hals van den beminden man sloeg, die haar een kus op het blanke voorhoofd drukte, //voor u is het, dat mijn hart alleen onrustig slaat."

,De Goden zullen ons helpen!" sprak hij, en de blanke hand van Ilorsa in de zijne drukkende,drong hij er op aan, dat zij eenige rust zoude nemen.

Eindelijk liet zij zich overreden. Eenige mantels op den grond uitgespreid, dienden het schoone meisje tot rustplaats, en weldra sluimerde zij zachter en geruster op dezelve, dan menigeen, die op donzen vederen rust.

//Volg mij," gebood de Ridder zijn schildknaap; nadat hij zijn manschappen, die zich in een ander gedeelte van de woning bevonden, had aangespoord. om te trachten zich door deu slaap tegen de vermoeienis van den volgenden dag te wapenen, „volg mij, Engistus!"

De Ridder en de schildknaap klommen terstond de

Sluiten