Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de woorden te luisteren, die de grijze Oscar, welke voor zijn legerstede zat, tot hem richtte.

,/Ik zeg het u," zeide hij, „De Goden liegen met; de lotgevallen der menschen hebben zij opgeteekend in een donkerblauw boek met gouden letteren, en eiken nacht vertoont zich dat schrift aan den hemel; maar weinigen kunnen hetzelve lezen. Nog heden wierp ik een blik in dat noodlottige boek, en daar stond geschreven: de vervulling is nabij. — De aarde zal schudden als het esschenloof door den storm beroerd, en de grond zal golven, als de baren der zee, en het wilde Woud zonder genade zal vlak en effen worden, en Ritsart zal geen Koning meer zijn. Maar Oscar, de bard, zal niet aanzitten aan de tafel des vreemdeling, en zijn stem zal niet meer in de hal gehoord worden, hij zal rusten bij zijn vaderen." Weemoedig liet de grijsaard het hoofd op de borst zinken, zijn hand greep de snaren, en met een stem, die somber en droevig als het gelui van de doodklok klonk, zong hij zoo als een Ossiaan zong:

Nu zegt hij. die mij hoort, «wat zingt die grijze bard?

Zijn voetstap helt naar 't graf, reeds voor hem opgespard.

En geen der dichtren zal zijn glorie luister geven.

Rolt, duistre jaren! rolt, rol, avond van mijn leven!

Geen stem, geen zangtoon voegt bij al uwe aklighcen

OntBluit rmj 't rustvol graf; mijn krachten zijn daarheen.

Heel 't zangkoor ging ter rust; mijn stem alleen is over,

Gelijk een schrale wind, die ritselt door het loover,

De wandlaar, die van verr' zijn piepend ruischen hoort .

Omwikkelt zich het hoofd en gaat onachtzaam voort.

Tranen rolden langs zijn door ouderdom vermagerde wangen, toen hij zijn lied geëindigd had.

//Ritsart!" sprak hij weder, „gij zult mij overleven; doch zweer mij, dat als ik gestorven zal zijn, gij mij

Sluiten