is toegevoegd aan uw favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aanval werd thans met hevigheid begonnen, een twintigtal forsch gespierde Neder-Sassen, rammeide met een zwaren balk op de deur, en elke aanval, dien zij deden, was zoo hevig, dat zij den toren op deszelfs grondvesten deed dreunen. Dapper werden deze stormloopers begroet, en reeds menigeen van hen lag met verbrijzelden schedel ter aarde.

Aan den anderen kant streed Ridder Lem met de zijnen tegen deze geweldige overmacht, die langs verschillende ladders dit plat des torens trachtten te bereiken; doch nauwelijks verscheen een der beklimmers aan den rand des muurs, of hij viel met gekloofden schedel naar beneden. Hen hagelbui van pijlen werd door de belegeraars op de belegerden gericht, zonder echter veel schade te veroorzaken; die, welke de volgelingen van l.em op de Neder-Sassen afschoten, hadden betere uitwerking en menigeen viel gewond neder, zonder ooit weder weder op te staan.

Reeds ' d de strijd een geruimen tijd geduurd, toen Engistus, die zich wat te veel bloot gegeven had, om een buitengewoon grooten steen te werpen, op degenen, welke den balk, voor wiens geweld de poort allengs begon te bezwijken, door een pijl getroffen werd en gewond nederviel.

//Vervloekte pijl!" riep hij vallende, «vervloekte pijl! behalve dat hij goed gericht was; maar wacht! . .." en al zijn krachten verzamelende, gaf hij zulk eenen geduchten trap tegen den muur, dat een stuk van het metselwerk afbrak, en met een geduchten slag naar beneden plofte.

Vreesselijk was de verwoesting, die dezelve onder de belegeraars aanrichtte, het getal der hierdoor ge-